Lucia Karssen

Psalmen 23:4 Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

Opmaak: J.Samidin
Nagezien: N.Norden

Pagina’s: 4 (2 van 4)
Woorden: 2.1K

‘Ik was verdrietig’

Mijn hele wereld stortte in elkaar. Na mijn scheiding kostte het mij behoorlijk veel moeite om eruit te klauteren, en nu ik eindelijk gelukkig ben (zo overlegde ik bij mezelf) overkomt mij nu dit. Ik vroeg mezelf af: waarom moet dit mij nou overkomen? Het leven is echt niet eerlijk en die gedachte om weer alleen te zijn, maakte me heel erg verdrietig en angstig. Echt, toen ik naar huis ging om kleren te halen huilde ik spontaan aan één stuk door en vroeg de Heer waarom Hij me een man gegeven heeft om mij vervolgens in deze situatie te storten.

Al huilend belde ik de familie over de situatie van Johan, en zijn kinderen besloten met de eerstvolgende vlucht naar Suriname te komen. De arts vertelde me later dat hij weer een beroerte heeft gehad, waardoor hij aan één kant verlamd is geraakt. Het waren voor mij heel lange dagen: ik sliep een paar avonden moeizaam omdat ik alleen maar aan Johan dacht, en ik besefte meer dan ooit hoe leeg het huis was zonder hem.

Koester uw naasten

Het is daarom heel erg belangrijk om geliefden, zolang zij nog in ons midden zijn, zoveel mogelijk te koesteren. Het gemis was onbeschrijfelijk! Johan was altijd heel erg lief voor mij geweest en de afgelopen 11 jaren heb ik me nooit minderwaardig gevoeld met hem. Hij waardeerde mij als vrouw en luisterde ook als ik het even moeilijk had. Ja, dat waren de gedachten die mij op dat moment overspoelden te midden van het verdriet dat ik ervoer.

Toen ik hem zo zag huilen, brak mijn hart en werd mijn geest heel diep getroffen maar ik moest aantonen sterk te zijn.

Ik kan mij een geval heugen waar gelovigen thuis bij ons langs kwamen om te evangeliseren, maar zij werden door hem weggestuurd met de mededeling dat hij zijn eigen geloof had. Toen hij me dit vertelde, was ik er niet blij mee dus vroeg ik hem om het niet meer te doen. Uit boosheid bedreigde ik hem om anders ook weg te zullen gaan, want we moeten gelovigen met respect behandelen. Vanaf die periode gebeurde het niet meer. Zo kan ik me veel meer zaken voor de geest halen waar Johan me waardeerde en respecteerde. Al sedert voor het huwelijk toonde hij reeds hoe veel hij om mij gaf.

Het verdriet trof me diep

Daarom maakte het me heel verdrietig toen ik hem zo zag. Ik huilde diep in mijn hart, was in diepe schok en wilde het alleen maar uitschreeuwen van verdriet. Ik overlegde nog met de Heer: “Wat moet ik dan doen als hij sterft?”, “Moet ik dan weer alleen zijn?”

Johan lag ongeveer 1 maand in het ziekenhuis. Hij was verlamd aan een zijde en kon niet zelfstandig lopen. Toen hij door had wat hem was overkomen, huilde hij elke keer wanneer hij bezoek kreeg in het ziekenhuis. Hij was vaker emotioneel. “Zo een sterke man”, “Zo jong dat ik ben” en “dan gebeurt dit met mij” waren gedachten die hem in gevangenschap hielden. Toen ik hem zo zag huilen, brak mijn hart en werd mijn geest heel diep getroffen, maar ik moest aantonen sterk te zijn. Ik hield het vol en wachtte het juiste moment af voor ik mijn tranen de vrije loop kon geven. De eerste weken en maanden waren best wel zwaar, omdat wij beiden moesten wennen aan de aangepaste situatie. Hij was altijd zo zelfstandig, deed veel zelf en nu moest hij zich voortbewegen met behulp van mij.

  • Mijn wereld viel uit elkaar 50% 50%

Gaat door naar de volgende pagina en laat uw vraag of feedback achter.